VARKENSLOKET

KRAAMSTALMANAGEMENT

Bekijk de belangrijkste conclusies en presentaties van de studienamiddag 'kwalitatief biggen grootbrengen' (25/09/2019).

Brochure kraamstalmanagement

Wilt u meer weten over: groepsgewijs management van zeugen, kraamhokken, bioveiligheid in de kraamstal, identificeren van biggen, registreren van kengetallen, selectie van zeugen, verloop van het werpproces, voeding van zeugen, biestmanagement en/of (bij)voeding van biggen?

Lees de Brochure kraamstalmanagement - in functie van vitale biggen en rendement (pdf)

Afbeeldingsresultaat voor vraagteken logoBestaat er een onafhankelijke studie i.v.m. rendabiliteit bij het gebruik van een nursery voor overtallige biggen? Is dit rendabel? Gaan deze biggen tijdens de latere afmestperiode ook niet langer moeten worden aangehouden of m.a.w. hebben deze varkens geen lagere dagelijkse groei en veel hogere voederconversie? Zijn daar studies over?

Afbeeldingsresultaat voor vraagteken logoVoor de opfok van moederloze biggen heb ik weet van een kunstzeug die wordt gebruikt. Wordt dit systeem nog gebruikt? Zijn er alternatieven voor de opfok van overtallige biggen? Zijn er verschillen in de groei tussen biggen die door de zeug worden grootgebracht of deze die kunstmelk krijgen? 

Afbeeldingsresultaat voor vraagteken logoNa hoeveel uren of dagen is een niet gezogen tepel bij een zeug nog bruikbaar? Dit gedurende de biestperiode en de periode nadien? 
Blijft de melkproductiecapaciteit van een niet gezogen tepel bij een jonge zeug intact? Is deze lager of gelijk voor volgende cycli? 
Hoe is het gedrag van biggen bij het zogen? Neemt een big na de geboorte onmiddellijk biest op, of wachten biggen tot een aantal andere biggen zijn geboren, zodat er in groep aan de tepels wordt gezogen?
Heeft u meer info betreffende de doeltreffendheid van een melkmachine bij zeugen. Bijvoorbeeld voor het aftappen van colostrummelk?

  • Veel varkenshouders weten nog niet of het groepsgewijze managementsysteem dat ze momenteel toepassen wel het meest optimale managementsysteem voor hun varkensbedrijf is. Vaak wordt bij de opstart van een varkensbedrijf voor een specifiek productiesysteem gekozen en wordt dit gedurende vele jaren aangehouden. In het demonstratieproject 'Wekensystemen: keuze in functie van rendabiliteit en arbeid' wordt de impact en specificiteit van de wekensystemen in de varkensbedrijven onderzocht en aangetoond.
     
  • In de presentatie ‘Meerwekensystemen’ (Jos Van Thielen; 2016) worden de bevindingen van een enquête over de toegepaste wekensystemen in Vlaanderen besproken. Ook het alternerend spenen komt aan bod. Aangezien uit de enquête blijkt dat de speenleeftijd de laatste jaren daalt, wordt dieper ingegaan op het effect van de speenleeftijd op de bigontwikkeling en de zeug.
     
  • In de presentatie ‘(Bij)voeding van biggen in kraamstal of nursery’ (Jeroen Degroote; 2016) wordt ingegaan op de melkgift en -samenstelling. Ook opfokmaatregelen zoals het intermitterend spenen, het inzetten van pleegzeugen, het bijvoederen van melkproducten en het geven  van snoepvoeder komen aan bod.
     
  • Tijdens een presentatie werden de resultaten van een 'Enquête gehouden bij Vlaamse zeugenhouders' besproken (Hanne Vandenberghe en Dirk Fremaut; 2012). In de enquête werd gevraagd naar de bedrijfsspecificaties zoals het gebruik van meerwekensystemen, type zeug, technische kengetallen en opfoksystemen. In de presentatie 'Overtallige biggen' wordt aandacht geschonken aan het verleggen van biggen, alternerend laten zuigen en het gebruik van pleegzeugen.
     
  • Voor de opfok van de overtallige biggen worden verschillende maatregelen, zoals verleggen, bijvoederen, pleegzeugen, voorspenen en alternerend zogen toegepast. Het is belangrijk om de kleine biggen binnen de eerste vijf dagen na de geboorte te ondersteunen. De aandachtspunten van elke strategie worden in de presentatie ‘Maatregelen in de kraamstal i.f.v. maximale overleving van de biggen’ (Sarah De Smet; 2012) besproken. De biestopname bij de moederzeug is bij elke strategie tijdens de eerste levensdag essentieel. Ook moet worden benadrukt dat, in het kader van een goede interne bioveiligheid, het verleggen van biggen dient te worden beperkt.
     
  • Ter afronding van het demonstratieproject 'Doodgeboren biggen en uitval bij de biggen in de kraamstal' kwam de eindbrochure 'Doodgeboren biggen en uitval bij biggen op het moderne varkensbedrijf' tot stand. In het eerste deel worden de verschillende factoren van doodgeboorte en biggensterfte besproken, zoals ze worden beschreven in de literatuur. Het tweede deel behandelt het demonstratieproject, waarin ook de resultaten en conclusies van het project worden weergegeven. Tot slot zijn verschillende praktische tips voor zeugenhouders geformuleerd. In de presentatie 'Doodgeboren biggen en uitval bij de biggen op het moderne varkensbedrijf' (Tamara Vandersmissen, 2014) werden de belangrijkste aanbevelingen uit het demonstratieproject op een rijtje gezet. Vervolgens werden de aanbevelingen aangevuld met enkele resultaten uit een vervolgproject.
     
  • In de presentatie 'Doodgeboren biggen en uitval bij de biggen in de kraamstal' (Willem Van Praet; 2012)  worden de resultaten van het demonstratieproject voorgesteld. De risicofactoren van doodgeboorte en uitval in de kraamstal worden in kaart gebracht, daarnaast worden adviezen opgesteld om de uitval te beperken. Deze presentatie bevat verschillende praktische tips voor zeugenhouders.
     
  • De presentatie 'Biggensterfte in het kraamhok: een onderschat probleem' (Tamara Vandersmissen; 2011) geeft informatie over de factoren die een invloed kunnen hebben op het aantal doodgeboortes en de uitval van biggen in de kraamstal.
     
  • In de presentatie 'Te veel doodgeboren biggen is een probleem, is te veel levend geboren biggen dat ook? (Jeroen Degroote; 2012) wordt beschreven wat IUGR biggen zijn. Daarnaast worden enkele opfokmaatregelen, die na het werpen kunnen worden toegepast om IUGR biggen te redden, toegelicht.
     
  • In de presentatie Partushulp en partusinductie (Ilse Declerck en Ruben Decaluwé; 2012) gaat men dieper in op de methodes, voor- en nadelen van partusinductie en -hulp en het management in de kraamstal.
     
  • In de presentatie 'De voeding van zeugen in de kraamstal' (Sam Millet en An Cools; 2012) gaat men dieper in op de oorzaken van voederopnameproblemen in de kraamstal. Daarnaast wordt de relatie tussen voederopname in de dracht en tijdens de lactatie uitgelegd, alsook het effect van de conditie op de voederopname en het belang van vezels. Tot slot worden enkele praktische tips voor de varkenshouders gegeven.

Tijdens het project werden ook verschillende fiches geschreven en verschillende presentaties gebracht voor de zeugenhouders:

  • In de fiche 'Partusmanagement' (Ilse Declerck; 2012) komen de voorbereiding van het biggennest, de indicaties en manieren van geboortehulp aan bod.
     
  • De fiche 'Partusinductie' (Ruben Decaluwé en Willem Van Praet; 2012) geeft toelichting bij de redenen en de wijze van het induceren van de partus.
     
  • De fiche 'Voeding rond de partus' (Sam Millet en An Cools; 2012) geeft aan met welke punten u rekening dient te houden voor een goede voeropname bij zeugen in de kraamafdeling. Daarnaast wordt ingegaan op het vermijden van harde mest en constipatie.
     
  • De fiche 'Een correcte zeugenadministratie is niet vanzelfsprekend' (Bert Driessen en Jos Van Thielen; 2012) maakt duidelijk dat het consequent genereren van gegevens noodzakelijk is.