Bedrijfsmanagement

Overzicht

Algemeen 

  • In het najaar van 2016 namen bijna 1.200 varkenshouders deel aan een grootschalige enquête van het departement Landbouw en Visserij.

    Hieruit blijkt dat bijna de helft van de bedrijfsleiders met een gespecialiseerd afmestbedrijf in de Vlaamse varkenssector 50 jaar of ouder is en daarenboven geen opvolger heeft. Fokbedrijven lijden dan weer het sterkst onder de crisis. Het vertrouwen van varkenshouders in de toekomst van de sector en het bedrijf varieert. De negatieve reacties overheersen licht.
    De twee rapporten met meer informatie kunt u nalezen op de website van Landbouw en Visserij.

  • De presentatie Fiscaliteit en juridische uitbatingsvormen (Bart Delarue, Dimitri Delbeke, Wim Stoops; 2017) geeft een overzicht van de verschillende uitbatingsvormen en de fiscale en juridische gevolgen.
  • In de presentatie Financieringsmogelijkheden (Jan De Keyser; 2017) worden de verschillende financieringsmogelijkheden stapsgewijs uitgelegd. 
  • Tijdens de presentatie Balansen, financiële kengetallen en ratio-analyse (Benedicte Sanders, Wim De Roo, Freddy Distelmans; 2017) wordt het nut van het  opmaken van een balans en resultatenberekening duidelijk gemaakt. Hiervoor worden eerst enkele boekhoudkundige begrippen en financiële kengetallen toegelicht. Ter afsluiting worden de financiële aandachtspunten voor het landbouwbedrijf opgesomd. 
  • Gedurende de presentatie BEB: principes, nut en benchmarking (Jan Verkest; 2017) worden de verschillende soorten boekhoudingen opgelijst en wordt de positieve impact van  het bijhouden van zowel een interne als een externe bedrijfseconomische boekhouding uitgelegd. Tot slot wordt het begrip van benchmarking uit de doeken gedaan.
  • De presentatie Ceres boekhouding (Isabelle Degezelle; 2017) geeft weer hoe men een zeugenboekhouding kan bijhouden. Door gegevens te registreren, de kengetallen te kennen en correct te interpreteren, kan men deze bijsturen indien nodig en zo het eindresultaat bij de vleesvarkens optimaliseren.

Deze presentaties kwamen aan bod tijdens de heropfrissingscursus ‘Economische en financiële begrippen en instrumenten'’ (jan-feb 2017).

  • De presentatie ‘Veeportaal’ (Patrick Werbrouck; 2012) toont de gebruiksmogelijkheden van Veeportaal aan (o.a. registeren van bestellingen en raadplegen van gegevens). Deze presentatie kwam aan bod tijdens de studiedag ‘Resultaten praktijkgerichte onderzoeksprojecten Veepeiler Varken’.
  • Bij controles maakt het FAVV gebruik van checklists. De checklist PRI 3134 Houden van varkens - traceerbaarheid (pdf)’ (01/11/2017)focust op de identificatie en registratie en wordt o.a. nagegaan of de verschillende registers aanwezig zijn en correct zijn ingevuld.

Marktinformatie grondstoffen, slachthuizen 

  • Op de website van de Vlaamse overheid - Departement Landbouw en Visserij is marktinformatie van de slachthuizen, voederprijzen en vleeswarenindustrie terug te vinden. Bij het puntje ‘marktinformatie slachthuizen’ is de basisprijs voor varkens in euro/kg terug te vinden, alsook de gerealiseerde slachtingen van slachthuizen per week. In het onderdeel ‘voederprijzen BEMEFA’ de voederprijzen in euro/ton van de verschillende categorieën varkensvoeders weergegeven. De weergegeven prijzen worden berekend op basis van de commercieel meest verkochte formule per diersoort, waarin een gemiddelde korting is verrekend. De meat index en de evolutie van de prijzen van de varkensdelen is terug te vinden in ‘marktinformatie vleeswarenindustrie’.
  • De presentatie 'De gevolgen van de stijgende grondstoffenprijzen voor de intensieve veehouderij' (Yvan Dejaegher en Eric Hoeven; 2008) geven een overzicht van de grondstoffen- en mengvoederprijzen in Europa en België (2005-2008), het aandeel van de voederkostprijs in de totale kost bij varkens en perspectieven voor alternatieve grondstoffen. De presentatie werd gegeven tijdens de studiedagen ‘Varkenshouderij actueel 2008’.

Arbeid/arbeidsveiligheid

Samenwerkingsvormen/termijnmarkten

  • De presentatie 'Samenwerking structureren in de varkenshouderij' (Bart Delarue en Bart Nelissen; 2012) belicht een aantal samenwerkingsvormen tussen landbouwers. De presentatie werd gegeven tijdens de opfrissingscursussen ‘Rendabiliteit in de varkenshouderij 2012’.
  • In de presentatie 'Agrarische termijnmarkten' (Jan De Keyser; 2012) wordt het gemeenschappelijk landbouwbeleid en termijnmarkten toegelicht. De presentatie maakte deel uit van de opfrissingscursussen ‘Rendabiliteit in de varkenshouderij’.

Technische en economische parameters/boekhoudresultaten

  • Het rapport 'Bedrijfseconomische resultaten Vlaamse land- en tuinbouw - dieren en gewassen 2009 - 2013' (Vrints G. et al; 2015) geeft een overzicht van opbrengsten, kosten en marges in de land- en tuinbouw voor de periode 2009 - 2013. Naast de dierlijke productie (varkens, rundvee en pluimvee) zijn ook de akkerbouw, fruit en groenten in openlucht ingesloten.
  • Het document 'Kengetallen: welke zijn bepalend voor de evaluatie van de bedrijfsvoering?'(pdf) (2016) geeft een overzicht van de belangrijkste te registreren kengetallen en benadrukt het correct interpreteren ervan. Ook de koppeling van de technische kengetallen aan de economische kengetallen mag zeker niet uit het oog verloren worden.
  • Het artikel 'Rendementsverschillen in de varkenshouderij' (2015) toont aan dat het bijhouden van bedrijfseconomische gegevens minstens zo belangrijk is als het bijhouden van technische kengetallen.
  • Het 'Focusrapport' (Vrints G. en Deuninck J.; 2014) beschrijft de technische en economische resultaten voor de vermeerdering, afmesting en (bijna) gesloten bedrijven (boekjaren 2011-2013) op basis van het Landbouwmonitoringsnetwerk. In de vermeerdering stijgen het aantal grootgebrachte biggen per zeug en de dagelijkse groei van de biggen. In tegenstelling tot wat zou worden verwacht, verbeterde bij de afmesting de voederconversie bij de vleesvarkens de laatste jaren niet. De bedrijven met het hoogste bruto saldo halen de beste technische kengetallen. Het verschil tussen het bruto saldo (BS) tussen de 50% bedrijven met het hoogste BS en deze met het laagste BS is groot.
  • De presentatie ‘Rendabiliteitsanalyse varkens (pdf)’ (Goedele Vrints; 2014) bespreekt de evolutie van de technische en economische kengetallen/resultaten uit de varkenshouderij voor de boekjaren 2010-2012 (voorlopige cijfers 2013). Deze cijfers geven de gemiddelden weer van de bedrijven die zijn ingesloten in het Landbouw Monitoringsnetwerk. De presentatie kwam aan bod tijdens de studienamiddagen ‘Rendabel varkens houden 2014’. Het verslag van de studienamiddag kan u nalezen via deze link.
  • Ludwig Lauwers toonde in zijn presentatie ‘Factoren van winst en verlies: over hef- en slagbomen (pdf)’ (2014) aan dat kleine verbeteringen (bv. in de technische kengetallen) een grote invloed kunnen hebben op het saldo van uw bedrijf. De presentatie kwam aan bod tijdens de studienamiddagen ‘Rendabel varkens houden 2014’. Het verslag van de studienamiddag kan u nalezen via deze link.
  • Het ‘Focusrapport’ (Vrints G., Deuninck J.; 2013) bouwt voort op de vorige rapporten en beschrijft de economische en technische resultaten voor de bedrijfstakken vermeerdering, afmesting en (bijna) gesloten bedrijven. De selectie van de bedrijven is licht aangepast en de spreiding van de economische en technische resultaten gebeurt nu op basis van het bruto saldo (BS) in plaats van het familiaal arbeidsinkomen (FAI).
  • De presentatie ‘Boekhoudresultaten varkenshouderij op basis van het Landbouwmonitoringsnetwerk’ (Goedele Vrints; 2013) bespreekt de evolutie van de technische en economische kengetallen/resultaten uit de varkenshouderij voor de boekjaren 2009-2011 (voorlopige cijfers 2012). Deze cijfers geven de gemiddelden weer van de bedrijven die zijn ingesloten in het Landbouw Monitoringsnetwerk. De presentatie kwam aan bod tijdens de studienamiddagen ‘Varkenshouderij Actueel 2013’. Het verslag van de studienamiddag kan u nalezen via deze link.
  • Het rapport 'Vlaamse bedrijfseconomische standaardwaarden varkenshouderij 2013' (Beleidsdomein Landbouw en Visserij; 2013) reikt gemiddelde standaarden aan die zijn gebaseerd op de vijfjaarlijkse gemiddelden (2007-2011) van de meest recent beschikbare boekhoudgegevens. Deze betrouwbare actuele gegevens kunnen worden gebruikt voor het opstellen van berekeningen, bedrijfsevaluaties en begrotingen.
  • Het rapport 'Technische en economische resultaten van de varkenshouderij op basis van het Landbouwmonitoringsnetwerk - Boekjaren 2009-2011' (Vrints G. en Deuninck J.; 2013) is ontstaan doordat er nood was aan onafhankelijke informatie over een aantal technische kengetallen en economische resultaten van de varkenshouderij. Het rapport gaat dieper in op de belangrijkste technische kengetallen en economische resultaten van de varkenshouder op basis van het Landbouwmonitoringsnetwerk.
  • Het rapport 'Technische en economische resultaten van de varkenshouderij op basis van het Landbouwmonitoringsnetwerk - Boekjaren 2008-2010' (Deuninck J. en Vrints G.; 2012) gaat dieper in op de belangrijkste technische kengetallen en economische resultaten van de varkenshouderij op basis van het Landbouwmonitoringsnetwerk van de boekjaren 2008, 2009 en 2010.
  • De brochure 'Vlaamse bedrijfseconomische richtwaarden varkenshouderij' (Beleidsdomein Landbouw en Visserij; 2011) werd als eerste actiepunt van het 'Vlaams actieplan voor de varkenshouderij' voorgesteld. De brochure kwam tot stand dankzij een werkgroep die zich heeft gebogen over de opmaak van betrouwbare, objectieve en actuele gegevens, die kunnen worden gebruikt voor het opstellen van berekeningen, bedrijfsevaluaties en begrotingen.
  • Het rapport 'Technische en economische resultaten van de varkenshouderij op basis van het Landbouwmonitoringsnetwerk - Boekjaren 2007-2009' (Deuninck J., D'Hooghe J. en Oeyen A.; 2010) gaat dieper in op de belangrijkste technische kengetallen en economische resultaten van de varkenshouderij op basis van het Landbouwmonitoringsnetwerk van de boekjaren 2007, 2008 en 2009.
  • Pigs2win is een rekenmodel dat u toelaat om het bruto saldo en onderliggende kengetallen van gesloten varkensbedrijven te analyseren. Voorwaarde is dat de bedrijven geen biggen aankopen. Het rekenmodel kan in de eerste plaats door adviseurs, maar eveneens door individuele varkenshouders en andere belanghebbenden, worden gebruikt. Met Pigs2win kunt u (1) kengetallen van verschillende bedrijven met elkaar vergelijken en/of (2) voor een bedrijf het economisch effect van een verbetering van 1 of meerdere kengetallen simuleren. U kunt Pigs2win met de handleiding downloaden via de website www.remiweb.be. Registratie is vereist. Op de website zullen geregeld geüpdatete versies van Pigs2win worden aangeboden. Meer informatie vindt u terug in de presentatie Pigs2win: een tool om uw kengetallen te analyseren (Jef Van Meensel; 2013) die aan bod kwam tijdens de studienamiddagen ‘Praktijkinformatie voor de varkenshouder 2013’.
  • In de presentaties ‘Kengetallen zeugen’, ‘Hulpmiddelen om kengetallen te bepalen’ en 'Technische kengetallen in de varkenshouderij' (Bert Driessen en Sanne Van Beirendonck; 2013 en 2012) wordt aandacht besteed aan de technische kengetallen in de kraamstal (zeugen en biggen). Deze presentaties kaderen in het demonstratieproject ‘Economische en technische kengetallen in het moderne varkensbedrijf’. De presentaties werden gegeven tijdens de studienamiddagen ‘Praktijkinformatie voor de varkenshouder 2013’ en de opfrissingscursussen ‘Rendabiliteit in de varkenshouderij 2012’. Ter afronding van het demoproject werd het praktijkrapport ‘Economische en technische kengetallen in het moderne varkensbedrijf’ samengesteld.
  • De bedrijfseconomische richtwaarden varkens werden verduidelijkt gedurende de presentatie 'Vlaamse bedrijfseconomische richtwaarden varkenshouderij' (Goedele Vrints; 2012). Deze presentatie maakte deel uit van de opfrissingscursussen ‘Rendabiliteit in de varkenshouderij’.
  • De presentatie 'Wat is rendabiliteit' (Luc Somers; 2012) geeft informatie over de berekening van de rendabiliteit op varkensbedrijven en de economische resultaten van de varkenshouderij. Deze presentatie kwam aan bod tijdens de opfrissingscursussen ‘Rendabiliteit in de varkenshouderij’ (januari en februari 2012).
  • In de presentatie 'Rendabiliteit van zelf mengen, bij gebruik van droge en/of natte componenten in de varkenshouderij' (Kurt Notteboom; 2009) worden de economische aspecten van het gebruik van droge en/of natte componenten toegelicht. Deze presentatie werd gegeven tijdens de studiedagen ‘Praktijkinformatie voor de varkenshouders 2009: zelf mengen’ (november 2009).

Kraamstalmanagement

  • In de presentatie ‘Meerwekensystemen’ (Jos Van Thielen; 2016) worden de bevindingen van een enquête over de toegepaste wekensystemen in Vlaanderen besproken. Ook het alternerend spenen komt aan bod. Aangezien uit de enquête blijkt dat de speenleeftijd de laatste jaren daalt, wordt dieper ingegaan op het effect van de speenleeftijd op de bigontwikkeling en de zeug. Deze presentatie kwam aan bod tijdens de heropfrissingscursus ‘Kraamstalmanagement’ (jan-feb 2016).

  • De presentatie ‘Worpinductie en –assistentie’ (Sarah De Smet; 2016) focust op het correct toepassen van worpinductie en worpassistentie. Bij het uitvoeren van deze  hulp wordt de focus gelegd op een goede hygiëne en het beperken van stress. Deze presentatie kwam aan bod tijdens de heropfrissingscursus ‘Kraamstalmanagement’ (jan-feb 2016).

  • Tijdens de presentatie ‘Selectie van reforme zeugen’ (Ellen De Jong; 2016) wordt ingegaan op de belangrijkste redenen voor het (vroegtijdig) opruimen van zeugen. A.d.h.v. slachthuisbevindingen en labo-onderzoek werden de voornaamste afwijkingen van het geslachtsapparaat in kaart gebracht. Deze presentatie kwam aan bod tijdens de heropfrissingscursus ‘Kraamstalmanagement’ (jan-feb 2016).

  • De presentatie ‘Kraamhokken lay-out en klimaat’ (Suzy Van Gansbeke; 2016) focust op de vereisten voor de klassieke kraamhokken. Naast aanbevelingen voor de kraamkooien, vloer, hokafscheiding, voedertrog, biggennest en afleidingsmateriaal, komt ook het klimaataspect aan bod. Tot slot worden enkele alternatieve kraamhoksystemen toegelicht. Deze presentatie kwam aan bod tijdens de heropfrissingscursus ‘Kraamstalmanagement’ (jan-feb 2016).

  • In de presentatie ‘R&O kraamhok en wassen van zeugen’ (Charlotte Brossé; 2016) wordt ingegaan op zowel de interne als de externe bioveiligheid en de te nemen stappen bij het reinigen en het ontsmetten van de kraamstal.  Deze presentatie kwam aan bod tijdens de heropfrissingscursus ‘Kraamstalmanagement’ (jan-feb 2016).

  • De presentatie ‘Registratie van kraamstalparameters’ (Sander Palmans; 2016) onderstreept het belang van het correct bijhouden en interpreteren van de technische kengetallen. Een goede kennis van deze kengetallen laat o.a. toe om sneller in te grijpen bij tegenvallende productieresultaten. Deze presentatie kwam aan bod tijdens de heropfrissingscursus ‘Kraamstalmanagement’ (jan-feb 2016).

  • De presentatie ‘Voermanagement bij hoogproductieve zeugen’ (Filip Florizoone; 2016) geeft de noodzaak weer voor een (aan de genetica) aangepast voederschema/voeder tijdens de dracht, rond het werpen en tijdens de lactatie. Deze presentatie kwam aan bod tijdens de heropfrissingscursus ‘Kraamstalmanagement’ (jan-feb 2016).

  • In de presentatie ‘Biestmanagement’ (Ilse Declerck; 2016) wordt het belang van biest op korte en lange termijn verder uitgediept.  Deze presentatie kwam aan bod tijdens de heropfrissingscursus ‘Kraamstalmanagement’ (jan-feb 2016).

  • In de presentatie ‘(Bij)voeding van biggen in kraamstal of nursery’ (Jeroen Degroote; 2016) wordt ingegaan op de melkgift en -samenstelling. Ook opfokmaatregelen zoals het intermitterend spenen,  het inzetten van pleegzeugen, het bijvoederen van melkproducten en het geven  van snoepvoeder komen aan bod. Deze presentatie kwam aan bod tijdens de heropfrissingscursus ‘Kraamstalmanagement’ (jan-feb 2016).

  • Het artikel 'Eindbeerkeuze van belang voor bedrijfsresultaat' (2015) illustreert het belang van een doordachte eindbeerkeuze om tot een optimaal bedrijfsresultaat te bekomen.

  • Het artikel 'biest: een cruciaal samenspel tussen zeug en big' (2015) geeft een overzicht van de belangrijkste aanbevelingen voor een optimale biestproductie door de zeug en biestopname door de big.
  • Tijdens de demodagen 'Overtallige biggen: Hoe ALLE biggen in de vleesvarkensstal krijgen' (2012) werden in een presentatie de resultaten van een 'Enquête gehouden bij Vlaamse zeugenhouders' besproken (Hanne Vandenberghe en Dirk Fremaut; 2012). In de enquête werd gevraagd naar de bedrijfsspecificaties zoals het gebruik van meerwekensystemen, type zeug, technische kengetallen en opfoksystemen. In een volgende 'presentatie' en 'tekst' wordt aandacht geschonken aan het verleggen van biggen, alternerend laten zuigen en het gebruik van pleegzeugen. U kan het verslag van de demodagen nalezen.
  • Voor de opfok van de overtallige biggen worden verschillende maatregelen, zoals verleggen, bijvoederen, pleegzeugen, voorspenen en alternerend zogen toegepast. Het is belangrijk om de kleine biggen binnen de eerste vijf dagen na de geboorte te ondersteunen. De aandachtspunten van elke strategie worden in de presentatie ‘Maatregelen in de kraamstal i.f.v. maximale overleving van de biggen’ (Sarah De Smet; 2012) besproken. De biestopname bij de moederzeug is bij elke strategie tijdens de eerste levensdag essentieel. Ook moet worden benadrukt dat, in het kader van een goede interne bioveiligheid, het verleggen van biggen dient te worden beperkt. Deze presentatie kwam aan bod tijdens de studiedagen ‘Varkenshouderij Actueel 2013’. Het verslag van de studienamiddag kan u nalezen via deze link.
  • In de presentatie 'Te veel doodgeboren biggen is een probleem, is te veel levend geboren biggen dat ook? (Jeroen Degroote; 2012) wordt beschreven wat IUGR biggen zijn. Daarnaast worden enkele opfokmaatregelen, die na het werpen kunnen worden toegepast om IUGR biggen te redden, toegelicht. De presentatie kwam aan bod tijdens de studiedagen die in het kader van het demoproject ‘Doodgeboren biggen en uitval bij de biggen op het moderne varkensbedrijf’.
  • In het kader van het demonstratieproject ‘Doodgeboren biggen en uitval bij de biggen op het moderne varkensbedrijf’ werden enkele fiches in de vakpers gepubliceerd. In de eerste fiche 'Partusmanagement' (Ilse Declerck; 2012) komen de voorbereiding van het biggennest, de indicaties en manieren van geboortehulp aan bod. Een tweede fiche 'Partusinductie' (Ruben Decaluwé en Willem Van Praet; 2012) geeft toelichting bij de redenen en de wijze van het induceren van de partus bij de zeug. De laatste fiche 'Een correcte zeugenadministratie is niet vanzelfsprekend' (Bert Driessen en Jos Van Thielen; 2012) maakt duidelijk dat het consequent genereren van gegevens noodzakelijk is. Het onmiddellijk registreren, het verschil tussen doodgeboorte en biggensterfte en het inbrengen van gelten in de zeugenadministatie is erg belangrijk.
  • In de presentatie 'Groepsgewijs management van zeugen' (Jos van Thielen; 2007) worden de verschillende (1, 2, 3, 4 of 5-) wekensysteem vergeleken en worden de resultaten van een enquête besproken. Deze presentatie kwam aan bod tijdens de studiedagen ‘Varkenshouderij actueel 2007’.
  • De presentatie 'Economische impact van meerwekensystemen' (Frédéric Vangroenweghe) geeft de resultaten van een enquête over de tevredenheid, toepasbaarheid en overschakeling naar meerwekensystemen weer die werd uitgevoerd op Belgische varkensbedrijven.
  • De presentatie 'Vruchtbaarheid, rendabiliteit en genetica' (Herman Vets; 2011) bespreekt de bedrijfseconomische boekhoudingsresultaten in functie van de vruchtbaarheid en formuleert enkele aandachtspunten voor een vruchtbare genetica en rendabiliteit op het bedrijf. Deze presentatie kwam aan bod tijdens de heropfrissingscursus ‘Fokkerij en selectie in de varkenshouderij’.

VLIF-steun

  • Het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) ondersteunt Vlaamse land- en tuinbouwers op financieel vlak. Op de website van de Vlaamse overheid - Departement Landbouw en Visserij is informatie terug te vinden over VLIF-steun, die land- en tuinbouwers kunnen aanvragen. Het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds biedt o.a. verschillende steunmaatregelen, zoals vestigings- en investeringssteun aan, elk met hun eigen doel, vorm en voorwaarden. VLIF-dossiers voor investeringssteun kunnen vanaf 1 februari 2013 elektronisch worden ingediend via het e-loket.
  • De presentatie 'VLIF-steun voor varkenshouders: regelgeving en nieuwe voorwaarden' (Johan De Schryver; 2011) geeft toelichting bij de VLIF-regelgeving. De presentatie kwam aan bod tijdens de studienamiddagen ‘Varkenshouderij actueel 2011’.
  • In de hand-outs van de presentatie 'Varia' (Suzy Van Gansbeke; 2008) worden kort de voorwaarden voor VLIF-steun toegelicht (situatie 2008). Deze presentatie werd toegelicht tijdens de studiedagen ‘Varkenshouderij actueel 2008’.

(Auto)controle, lastenboeken en kwaliteitslabels

  • Sinds 1 januari 2016 is het nieuwe ‘Certus lastenboek’ van kracht. Als producent kan u hier informatie vinden over het Certus-label, zoals hoe u kan aansluiten bij Certus, aan welke voorwaarden u moet voldoen en welke documenten u moet bijhouden. Tijdens de jaarlijkse of periodieke controle maakt de controleur gebruik van de bijhorende ‘Certus-checklijst’ (versie 01/01/2016). Elke deelnemer aan het Certus-kwaliteitslabel dient aan het ‘Certus-reglement’ (versie 01/01/2016) te voldoen. Om een overgang tussen het 'oude' en 'nieuwe' lastenboek te maken werd een Certus-overgangsregeling gemaakt. Vanaf 1 januari 2014 moeten alle verstrekte antibacteriële middelen en met antibiotica gemedicineerde voeders worden geregistreerd in een antibiotica-databank. Het Certus-label wordt beheerd door Belpork vzw, deze organisatie certificeert op een onafhankelijke en objectieve wijze het Certus-systeem van boer tot winkel.
  • De brochure 'Een FAVV-controle zonder zorgen (FAVV; 2012) geeft o.a. informatie over het verloop van de controles die worden uitgevoerd en het begrip autocontrole. Om alle operatoren op eenzelfde manier te controleren, wordt gebruik gemaakt van check-lists zzoals 'PRI 3285 Landbouwbedrijf - Infrastructuur, inrichting en hygiëne (pdf)' (01/11/2017).

  • De presentatie 'Certificering en autocontrole in de dierlijke sector' (Sigrid De Ketelaere; 2008) verduidelijkt het ontstaan van lastenboeken en de sectorgids, vergelijkt beide en geeft informatie over de inhoud van de sectorgids dierlijke productie. Deze presentatie werd besproken tijdens de studiedagen ‘Praktijkinformatie voor de varkenshouder 2008’.
  • Het lastenboek CodiplanPLUS is van toepassing op varkensbedrijven die hun varkens naar de Duitse QS-markt commercialiseren. CodiplanPLUS is eveneens een vereiste voor zeugenbedrijven die hun biggen aan Certus-mestbedrijven leveren. Het lastenboek moet samen met de sectorgids G-040 module C worden gebruikt. De bijkomende checklist van CodiplanPLUS wordt tijdens de audit van de G-040 mee gecontroleerd. Bovenstaand lastenboek, de sectorgids module C en de checklist kan u raadplegen door te klikken op de volgende link.
  • In de hand-outs van de presentatie 'Zelf voeder mengen: wat zegt de autocontrolewetgeving en wat staat in de sectorgids dierlijke productie' (Isabelle Vuylsteke; 2009) worden de erkenning, toelating of registratie die u nodig hebt als zelfmenger verduidelijkt. Deze presentatie werd gegeven tijdens de studiedagen ‘Praktijkinformatie voor de varkenshouder 2009: zelf mengen’.

Vraag en antwoord

  • Zou u mij informatie kunnen bezorgen over de zaken die op mijn factuur, bij het leveren van varkens, worden afgetrokken. Hoeveel bedraagt het bijdrage voor het afzetfonds en het IVK? Lees het antwoord op de vraag na. 
  • Zijn er studies bekend omtrent de economische rendabiliteit betreffende spenen op 21 dagen in vergelijking met spenen op 28 dagen leeftijd van biggen? Lees het antwoord op de vraag na. 
  • Heeft het toedienen van prostaglandinen een invloed op de hoeveelheid biest en de kwaliteit van de biest bij de zeugen? Lees het antwoord op de vraag na. 
  • Moet een veehouder sinds 1/12 een vergunning hebben voor ontsmettingsmiddelen, reinigingsmiddelen, waterontsmettingsmiddelen (BIOCIDE). Hoe gaat dat praktisch in zijn werk? Lees het antwoord op de vraag na. 
  • Ik ben student Dierenzorg op de Vives hogeschool in Roeselare. Voor het vak anatomie hebben wij de opdracht gekregen om een poot te prepareren (opzetten). Via een varkensbedrijf ga ik binnenkort een varkenspoot bekomen. Graag wil ik mij eerst bij jullie informeren over de wetgeving inzake de destructie en verwerking van varkenskrengen in België en over eventuele preparatietechnieken. Is het mogelijk om mij daar de nodige informatie over te bezorgen? Lees het antwoord op de vraag na.
  • Graag had ik eens geweten welke informatie er voorhanden is over scharrelvarkens. Ik bedoel dan varkens die een ruimte hebben om buiten te lopen en te scharrelen, zonder dat ze in de weide lopen. Een soort van buitenbeloop. Is daar informatie aanwezig in het buitenland over dergelijk systeem? Misschien is dit iets nieuw en is er nog niets over bekend of verschenen? Lees het antwoord op de vraag na. 
  • Kunt u me zeggen waarmee ik allemaal rekening moeten houden als ik in bijberoep start met speciale varkensrassen te kweken, die vrij kunnen buiten en binnen lopen, en de biggen al dan niet opkweek voor het vlees. Lees het antwoord op de vraag na.
  • Wat te doen met gespeende reforme zeugen? Bij normale markt omstandigheden. Direct vanaf kraamstal naar slachtbank of nog afmesten zodat de uier verdwenen is en zo minder kg afgetrokken wordt, dit rekening houdende dat er ook voeder nodig is. Lees het antwoord op de vraag na.
  • Bestaat er een onafhankelijke studie i.v.m. rendabiliteit bij het gebruik van een nursery voor overtallige biggen? Is dit rendabel? Gaan deze biggen tijdens de latere afmestperiode ook niet langer moeten worden aangehouden of m.a.w. hebben deze varkens geen lagere dagelijkse groei en veel hogere voederconversie? Zijn daar studies over? Lees het antwoord op de vraag na.
  • Kunt u mij zeggen waar ik volgens de wet mijn medisch afval afkomstig van mijn landbouwbedrijf moet laten? Lees het antwoord op de vraag na.
  • Na hoeveel uren of dagen is een niet gezogen tepel bij een zeug nog bruikbaar? Dit gedurende de biestperiode en de periode nadien? Welke onderzoeksresultaten zijn er hieromtrent?
  • Blijft de melkproductiecapaciteit van een niet gezogen tepel bij een jonge zeug intact? Is deze lager of gelijk voor volgende cycli? Welke onderzoeksresultaten zijn hieromtrent?
  • Hoe is het gedrag van biggen bij het zogen? Neemt een big na de geboorte onmiddellijk biest op, of wachten biggen tot een aantal andere biggen zijn geboren zodat er in groep aan de tepels wordt gezogen?
  • Heeft u meer info betreffende de doeltreffendheid van een melkmachine bij zeugen. Bijvoorbeeld voor het aftappen van colostrummelk? Lees het antwoord op deze vragen na.
  • Ik heb een vraag betreffende de verplichte bijdrage voor het Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en dierlijke producten (sanitaire bijdrage). Wie is er eigenlijk verantwoordelijk voor het betalen van deze bijdrage: de sanitair of de financieel verantwoordelijke? Lees het antwoord op deze vraag na.
  • Ik kwam op een onderzoek waaruit blijkt dat het productiegetal (afgeleverde vleesvarkens per zeug) in Nederland en Denemarken op 27,0 ligt. Nu ligt dit in België maar op 23,5. Heeft u enige verklaring voor dit verschil? Heeft dit bijvoorbeeld te maken doordat Nederland en Denemarken sterker hebben ingezet op genetica of zijn er andere factoren? Lees het antwoord op de vraag na.
  • Wij zijn van plan een machineloods om te bouwen tot een varkensstal. Hiervoor zullen we onze milieuvergunning wijzigen. Nu vragen we ons af of we ook een nieuwe stedenbouwkundige vergunning moeten aanvragen. Aan het uitzicht van het gebouw zullen geen wijzigingen worden aangebracht. Lees het antwoord op de vraag na.
  • Is het economisch verantwoord dat reforme zeugen nog 2 maanden extra worden gehouden op een varkensbedrijf, om ze antibioticavrij te krijgen, vooraleer ze weggaan? U kan het antwoord op deze vraag nalezen.
  • Hebt u cijfers van de verwarmingskost in kraamstallen? Hoeveel mazout (liter) is gemiddeld nodig per zeug? U kan het antwoord op deze vraag nalezen.
  • Wat is het elektriciteitsverbruik is voor een zeugenstal van 650 zeugen met biggen t.e.m. 25 kg. U kan het antwoord op deze vraag nalezen.
  • Vanaf welke datum of vanaf welke periode wordt er gerekend voor de sanitaire bijdrage voor varkenshouders. Als een varkenshouder tijdelijk (bijvoorbeeld een jaar) minder varkens houdt dan dat hij plaats heeft, moet hij dan minder sanitaire bijdrage betalen? U kan het antwoord op deze vraag nalezen.
  • Voor de stopzetting van mijn varkensbedrijf heb ik enkele vragen. Vanaf wanneer moet ik geen sanitaire bijdrage meer betalen en welke formulieren moet ik hiervoor invullen. Lees het antwoord op de vraag na.
  • Zou u mij informatie kunnen bezorgen over de zaken die op mijn factuur, bij het leveren van varkens, worden afgetrokken. Hoeveel bedraagt het bijdrage voor het afzetfonds en het IVK? U vindt het antwoord op deze vraag nalezen.
  • Ik ben op zoek naar cijfers i.v.m. de grootte van de varkensbedrijven in België. Kan u van de volgende zaken een ruwe inschatting geven, hoeveel procent van de bedrijven heeft meer dan 500 zeugen? En daarnaast, voor hoeveel procent van de zeugenstapel zijn deze grote bedrijven verantwoordelijk? Hebt u een bron voor deze gegevens, van een relatief recente datum? U kan het antwoord op deze vraag nalezen.