Huisvesting

Vanaf 1 januari 2013 moeten gelten en zeugen vanaf vier weken na de inseminatie tot één week voor het werpen verplicht in groep worden gehuisvest (Europese Richtlijn 2008/120/EC; K.B. van 15 mei 2003). Dit geldt voor bedrijven met minimaal 10 zeugen. Enkele welzijnsaspecten worden op deze pagina toegelicht. De wettelijke vereisten aangaande groepshuisvesting, de keuzecriteria en -mogelijkheden van de verschillende systemen vindt u hieronder terug.

Overzicht

Brochures en presentaties

  • De presentatie ‘Kraamhokken lay-out en klimaat’ (Suzy Van Gansbeke; 2016) focust op de vereisten voor de klassieke kraamhokken. . Naast aanbevelingen voor de kraamkooien, vloer, hokafscheiding, voedertrog, biggennest en afleidingsmateriaal, komt ook het klimaataspect aan bod. Tot slot worden enkele alternatieve kraamhoksystemen toegelicht. Deze presentatie kwam aan bod tijdens de heropfrissingscursus ‘Kraamstalmanagement’ (jan-feb 2016).

  • In de presentatie ‘Naleving van de verplichte groepshuisvesting: stand van zaken’ (Suzy Van Gansbeke; 2013) wordt een overzicht gegeven waarop moet worden gelet bij controles op de naleving van groepshuisvesting. Bij controles gebruikt het FAVV checklists om na te gaan of wordt voldaan aan de vastgelegde criteria. In de checklists, vindt u naast de kolommen ‘C’ (conform) en ‘NC’ (niet conform) de kolom ‘punten’ waarbij telkens een wegingsfactor 1, 3 of 10 vermeld wordt. Hoe groter dit cijfer, hoe ernstiger de niet-conformiteit wordt beschouwd. Een controle waarbij geen enkele niet-conformiteit wordt vastgesteld of alleen niet-conformiteiten met een gewicht 1 wordt als ‘gunstig’ geëvalueerd. Ook bij een niet-conformiteit van gewicht 3 kan nog steeds een ‘gunstig’ rapport worden verkregen op voorwaarde dat het totaal aantal niet-conformiteiten minder is dan 20%. In alle andere gevallen is de evaluatie ‘ongunstig’, maar een PV wordt pas opgesteld bij een niet-conformiteit van gewicht 10 en meer dan 20% niet-conformiteiten. De normale gevolgen bij het vaststellen van niet-conformiteiten zijn een waarschuwing, proces-verbaal en inbeslagname. In het kader van de controle van de randvoorwaarden GLB (MTR)-premies, moeten alle niet-conformiteiten worden doorgegeven. Elke niet-conformiteit kan gevolgen hebben en leiden tot een (tijdelijk) verlies van deel van premie. Het verslag van de studienamiddag ‘Varkenshouderij actueel’ kan u nalezen via deze link.
  • In de publicatie 'De dekafdeling voor zeugen: het eros centrum van het zeugenbedrijf' (Suzy Van Gansbeke, Tom Van den Bogaert, Sarah De Smet en Kelly Relaes; 2013) vindt u de belangrijkste aandachtpunten voor de dekafdeling terug.
  • De publicaties 'Snel omschakelen naar groepshuisvesting voor zeugen', 'Omschakelen naar groepshuisvesting in bestaande stallen: hoe voldoen aan het verplichte aandeel dichte vloer' en 'Groepshuisvesting voor zeugen: Laatste fase omschakelen' (Suzy Van Gansbeke, Tom Van den Bogaert, Sarah De Smet en Kelly Relaes; 2013) verduidelijken een aantal gestelde vragen, zoals hoe voldoen aan de oppervlaktenormen, spleetbreedte en consequenties bij niet-conformiteiten.
  • Voederligboxen met uitloop zijn het meest gebruikte groepshuisvestingssysteem. Een advies voor een uitloop van tenminste 2,5 m (beter 2,8 tot 3 m) tussen een dubbele rij voederligboxen, wordt toegelicht in de publicatie 'Uitloop tussen voederligboxen' (Suzy Van Gansbeke, Tom Van den Bogaert, Sarah De Smet en Kelly Relaes; 2012).
  • In de presentatie enkele actuele onderwerpen (Suzy Van Gansbeke; 2012) vindt u enkele antwoorden op vragen omtrent groepshuisvesting terug. In de eerste plaats worden renovatiemogelijkheden toegelicht. Daarna wordt de controle op de randvoorwaarden aangehaald en tot slot komt een recent erkende ammoniak emissiearm systeem voor vleesvarkens aan bod. De presentatie werd gegeven tijdens de studiedagen ‘Varkenshouderij actueel 2012’.
  • De brochure 'Groepshuisvesting van zeugen' (Departement Landbouw en Visserij; 2011) geeft informatie over de wettelijke vereisten, de verschillende groepshuisvestingssystemen en de criteria voor het bepalen van het type groepshuisvestingssysteem op uw bedrijf. Daarnaast komen enkele knelpunten van groepshuisvesting aan bod.
  • In de brochure 'Groepshuisvesting zeugen: 2013 nadert' (Departement Landbouw en Visserij) wordt weergegeven welke factoren een rol kunnen spelen bij de kostenberekening bij verbouwing. Daarnaast wordt een voorbeeld gegeven van de renovatiemogelijkheden in een zeugenstal.
  • De presentatie 'Groepshuisvesting van zeugen' (Anita Hoofs; 2010) behandelt Nederlands onderzoek aangaande groepshuisvesting. De presentatie kwam er naar aanleiding van de studienamiddag ‘Groepshuisvesting van zeugen: ervaringen en succesfactoren van de eerste generatie gebruikers sinds de welzijnswetgeving’.
  • In de presentatie 'Groepshuisvesting: omschakeling 2003-2009' (Frank Tuyttens; 2010) worden de resultaten toegelicht die werden bekomen na bevragingen van zeugenhouders (2003-2009) omtrent hun omschakeling naar groepshuisvesting. Deze presentatie kwam aan bod tijdens de studiedagen ‘Varkenshouderij Actueel 2010’.
  • Op de website Diereninformatie kan de zeugenhouder een leidraad vinden om een geschikt groepshuisvestingssysteem te kiezen.
  • Het demoproject ‘Emissiearm en dierwelzijnsvriendelijk (ver)bouwen van zeugenstallen’ (2001-2003) wou zeugenhouders een leidraad bieden bij de zoektocht naar een geschikt groepshuisvestingssysteem. Er werd een stappenplan uitgewerkt dat de zeugenhouder, afhankelijk van de bedrijfssituatie, kon begeleiden bij het zoeken naar een geschikt groepshuisvestingssysteem. Informatie over de meest voorkomende groepshuisvestingssystemen, vindt u terug op deze pagina. Per systeem worden de groepsgrootte, de manier van voederen, de opstelling in de stal en de voornaamste voor- en nadelen toegelicht. Daarnaast worden ook de bevindingen na praktijkbezoeken en een reeks foto's van elk groepshuisvestingssysteem weergegeven.

Vraag en antwoord

  • Zijn er bepaalde eisen waaraan de roosters in kraamstallen moeten voldoen? U kan het antwoord op deze vraag nalezen.
  • Ik heb een vraagje over een mestpan voor kraamhokken.  Voor de bouw van onze nieuwe kraamstal hadden we graag nagegaan wat de kostprijs is om een mestpan te laten plooien in inox.  Hebben jullie een plan, overzicht van hoe een mestpan eruit ziet?  Afmetingen, diepte, ... Lees het antwoord op de vraag na.
  • Ik heb een vraag i.v.m. de wettelijke vereisten van de uitloop bij een enkele rij en de tussenruimte bij een dubbele rij voederligboxen. Voorbeeld: 6 zeugen in een enkele rij voederligboxen van 2,4 m en een uitloop van 1,5 m. De breedte van het hok bedraagt 3,65 m. U kan het antwoord op deze vraag nalezen.
  • Ik wil een drachtige zeugenstal bouwen met voederligboxen en een stro-uitloop. Hoe breed moet de uitloop zijn om te voldoen aan de milieu- en welzijnseisen? U kan het antwoord op deze vraag nalezen.
  • Zijn er naast de normen voor maximale spleetbreedtes van betonroosters ook normen voor de minimale balkbreedtes? En wordt daar ook een tolerantie van 3 mm op toegepast? U kan het antwoord op deze vraag nalezen.
  • Graag had ik van jullie vernomen wat de normen zijn op gebied van spleetbreedte roosters. Hoe gaat men tijdens controles om met te brede roosterspleten in oudere stallen? Wat kan men hieromtrent nog verwachten in de toekomst? Gaan bv. oudere stallen ook moeten voldoen aan de recentste normen? U kan het antwoord op deze vraag nalezen.
  • Wij hebben onze zeugenafdeling veranderd naar groepshuisvesting voor zeugen. We hebben hokjes gemaakt voor 7 zeugen, dat gaat goed. Om eventueel zeugen af te zonderen en omdat het zo uit kwam, zijn er 3 hokken gemaakt van 3,60 x 2,30 m om 3 x 2 zeugen af te zonderen. Nu heb ik vernomen dat de minimum lengte 2,40 m moet zijn. Is dit waar? De zeugen hebben hier toch ruim de wettelijke oppervlakte. Wat zou de controle hierover zeggen? U kan het antwoord op deze vraag nalezen.
  • Ik heb een vraag i.v.m. de breedte van de tussenruimte bij voederligboxen met uitloop. Moet de tussenruimte minimum 2,5 m breed zijn? Indien mijn tussenruimte niet voldoet aan een breedte van 2,5 m kan ik dan een boete krijgen? U kan het antwoord op deze vraag nalezen.
  • Graag had ik meer informatie gekregen over de lichtinlaat in varkensstallen. Naar mijn weten moet de netto lichtinlaat 3% zijn van de totale oppervlakte, die benut wordt door de varkens. Moet dit rechtstreekse lichtinlaat zijn? Mag het licht ook eerst door de vensters van de buitenmuur gaan om vervolgens door de ramen van de afdelingsmuur te gaan? Zijn dezelfde normen van toepassing in Nederland? U kan het antwoord op deze vraag nalezen.
  • Bij het ombouwen van bestaande stallen naar groepshuisvesting vormt het aandeel dichte vloer soms een probleem. De meeste roosters zitten namelijk rond 17% doorlaat. Kan dit opgelost worden door een kunststofstrip? Zijn er naast de kunststofstrip nog andere alternatieven om hetzelfde resultaat te bereiken? Ik heb twee scenario’s uitgewerkt. Bij beide scenario’s wordt verondersteld dat de huidige rooster > 15% doorlaat heeft.
  • Daarnaast heb ik nog een andere vraag. Stel dat er 20 boxen in de zeugenstal staan, maar er is maar plaats voor 16 zeugen aan 2,25 m²/zeug. Moeten deze 4 boxen dan effectief verwijderd worden of volstaat het om die 20 boxen te laten staan met 16 zeugen erin? Volstaat het om de huidige boxen gewoon open te zetten of moet het achterste van de box effectief verwijderd worden? U kan het antwoord op deze vraag nalezen.
  • Kan u mij informatie bezorgen over het verschil in de duurzaamheid tussen roosters met niet-gebroken grind en roosters met kalksteen die gebruikt worden in varkensstallen? U kan het antwoord op deze vraag nalezen.
  • Zijn er richtlijnen of is er wetgeving beschikbaar voor de lengte van de zijden van boxen voor drachtige zeugen? U kan het antwoord op deze vraag nalezen.
  • Ik zou graag advies krijgen over de verbouwing van een bestaande zeugenstal met ligboxen naar groepshuisvesting met voederstations. U vindt hier terug waarmee u rekening moet houden bij het ombouwen naar groepshuisvesting met voederstations.
  • Zijn er normen voor de vorm/afmetingen van voederbakken voor drachtige zeugen, zodat ze gemakkelijk alle voeder kunnen opnemen, niet te veel morsen en zowel bij liggen als staan niet gehinderd worden. U kan het antwoord op deze vraag nalezen.
  • Ik heb verschillende vragen i.v.m. de groepshuisvesting van zeugen, die vanaf 1 januari 2013 verplicht is. Kan u deze vragen beantwoorden voor mij? U kan de antwoorden op onderstaande vragen terug.
  • Over hoeveel oppervlakte moeten mijn zeugen, die in groep zijn gehuisvest, beschikken? En wat is het aandeel dichte vloer dat in mijn groepshuisvesting aanwezig moet zijn?
  • Ik zou met een doorlopende voedertrog werken, waarbij een scheidingswand wordt geplaatst tussen de dieren. Moet deze scheidingswand dicht zijn of mogen de zeugen elkaar zien door deze wand?
  • Ik zou een voederinstallatie met voederdosators willen hergebruiken, is dit toegelaten?
  • Als drinkwatervoorziening zal permanent water in de voedertrog staan. Hiervoor zal gewerkt worden met een vlotter aan de zijkant van de bak, die ervoor zorgt dat er steeds een bepaalde hoeveelheid drinkwater beschikbaar is. Is dit voldoende of moet ik ook nog een andere drinkplaats voorzien?
  • In de drachtstal zouden we met deurventilatie werken. Is dit ventilatiesysteem toegelaten in de drachtstal? Als mijn hokafscheidingen t.h.v. de midden gang dicht zijn, is dit toch voldoende voor het systeem van deurventilatie.
  • Zijn er nog andere regels waarmee ik rekening moet houden?
  • Is het mogelijk om het theoretisch aantal zeugen, biggen etc. per 1000 vleesvarkens in een gesloten varkensbedrijf op te geven? U kan het antwoord op deze vraag nalezen.
  • Ik zou graag weten welke gevolgen er kunnen zijn voor zeugenhouders die de voorwaarden van groepshuisvesting nog niet naleven op 1 januari 2013. U kan de antwoorden op onderstaande vragen nalezen.
  • Wat zijn de gevolgen voor zeugenhouders die niet in orde zijn met groepshuisvesting voor zeugen en geen bereidheid tonen tot aanpassing?
  • Wat zijn de gevolgen voor zeugenhouders die nog bezig zijn met de aanpassingen naar groepshuisvesting van zeugen?
  • Wat zijn de gevolgen voor zeugenhouders die wel voldoen aan de vereiste totale oppervlakte, maar niet voldoen aan het minimum aandeel dichte vloer?
  • Wat zijn de gevolgen voor zeugenhouders waarbij de spleetbreedte van de roosters niet in orde is?
  • Graag had ik inlichtingen bekomen rond de groepshuisvesting van zeugen die vanaf 1 januari 2013 verplicht is. Kan u mij de spleetbreedtes van de zeugenroosters laten weten, alsook de vereiste vloeroppervlakte voor zeugen en gelten. Hoeveel oppervlakte moet hiervan bestaan uit dichte vloer? Is daarnaast iets veranderd in de vereiste vloeroppervlakte voor biggen? Welke sancties kunnen we krijgen indien we met iets niet in orde zijn? U kan de antwoorden op deze vragen nalezen.
  • Ik heb verschillende vragen i.v.m. de groepshuisvesting van zeugen. Daarnaast heb ik ook nog een vraag rond omgevingsverrijkend materiaal. U kan de antwoorden op onderstaande vragen nalezen.
  • Bij een verzonken trog mag er 15 cm worden meegerekend bij de berekening van de totale oppervlakte (m²/dier), klopt dit? Mag ik deze 15 cm dan ook meerekenen als 'dichte' vloer?
  • Mag ik zeugen, die ik tijdens de groepsperiode enkele dagen individueel wil houden, dan opsluiten in een box?
  • Zijn er ook normen (totale oppervlakte (m²/dier) en oppervlakte dichte vloer (m²/dier)) voor zeugen in de dekafdeling, m.a.w. van spenen tot 4 weken na inseminatie?
  • Bij mijn huidige roosters heb ik de controle gedaan met een munt van 1 euro. Bij 95 % van de spleten kan ik het stuk van 1 euro er niet doorduwen maar bij de overige 5 % wel. Dit is dan voornamelijk waar de ene rooster tegen de andere aansluit. Zal dit voor een probleem zorgen bij controle?
  • Zeugen moeten ook kunnen beschikken over los materiaal. Is dit ook van toepassing in de dekafdeling, kraamstal, berenhokken? En wat adviseert u om te gebruiken in de groepshuisvesting?
  • Wanneer mag de ruimte onder de voedertrog worden meegeteld als vrije vloeroppervlakte voor zeugen in groepshuisvesting? Is een voedertrog die op een hoogte van 15 cm hangt voldoende? U kan het antwoord op deze vraag nalezen.
  • Mogen in een quarantainestal de dieren (gelten) individueel worden gehuisvest? Mag daarnaast in de quarantainestal een emissiearm stalsysteem voor jonge zeugen worden gebruikt? U kan het antwoord op deze vraag nalezen.
  • Zijn er welzijnsnormen (o.a. totale vloeroppervlakte, balkbreedte en aandeel dichte vloer) voor zeugen in de dekafdeling, m.a.w. vanaf het moment van spenen tot 4 weken na de inseminatie? U kan het antwoord op deze vraag nalezen.
  • Ik ga mijn zeugen huisvesten in vroegere vleesvarkenshokken. De roosters hebben minder dan 15 % openingen voor mestdoorlaat. Daarnaast is aan één zijde een mestspleet van 3 cm aanwezig, moet ik deze spleet dichtmaken om aan de normen te voldoen? U kan het antwoord op deze vraag nalezen.

 

Varkensloket
© Varkensloket | Gebruikersvoorwaarden
info@varkensloket.be - 09 272 26 67. Heeft u suggesties voor onze website of heeft u een link gevonden die niet werkt? Meld het via het contactformulier.
Vlaamse Overheid