Nieuws

31/05/2012 - Verslag en presentaties demodagen 'Overtallige biggen - Hoe ALLE biggen in de vleesvarkensstal krijgen?' beschikbaar

Op dinsdag 29 mei (Rumbeke-Beitem) en donderdag 7 juni 2012 (Bocholt) vonden twee demonamiddagen plaats rond overtallige biggen: Hoe ALLE biggen in de vleesvarkensstal krijgen? Dit naar aanleiding van het stijgende productiegetal waardoor het niet steeds mogelijk is om alle biggen zonder extra zorg bij de moederzeug te laten tot speenleeftijd. Om u de kans te bieden deze presentaties rustig te bekijken, vindt u de slides van de sprekers hieronder terug.

In een inleidend gedeelte werden de resultaten van een enquête gehouden bij Vlaamse zeugenhouders besproken (Hanne Vandenberghe - studente HoGent; Dirk Fremaut - HoGent). In totaal werden de gegevens van 9% van alle Vlaamse zeugenhouders bekomen. In de enquête werd gevraagd naar de bedrijfsspecificaties zoals het gebruik van meerwekensystemen, type zeug, technische kengetallen en opfoksystemen. Op 95% van de bedrijven werden vooral de zwaarste biggen verlegd en dit voornamelijk onmiddellijk (41%), gevolgd door respectievelijk twee (25%) en één (23%) dag(en) na de geboorte. Pleegzeugen werden gebruikt op 44% van de bedrijven en biggen werden vooral verlegd tussen de eerste en derde dag na de geboorte. Op 19% van de bedrijven werd alternerend zogen toegepast, dit ongeveer vier keer per dag. Biggen voorspenen gebeurde op 30% van de bedrijven en dit hoofdzakelijk tussen de zesde en tiende dag. Op 85% van de bedrijven werden de biggen bijgevoederd. Op 56% van de bedrijven werd euthanasie toegepast indien de biggen niet meer te redden waren. Als besluit kan er worden gesteld dat vooral grotere bedrijven met commercieel aangekochte zeugen, een hoger productiegetal, een kortere zoogduur en met een meerwekensysteem, vaker gebruik maken van deze opfoksystemen.

Deze presentatie werd gevolgd door een stand van zaken aangaande het ADLO demoproject ‘Doodgeboren biggen en uitval bij biggen op het moderne varkensbedrijf’ door Willem Van Praet (DGZ). Hierin kwamen de risicofactoren voor doodgeboorte en sterfte tijdens de zoogperiode van biggen aan bod, evenals de partusinductie en het gebruik van oxytocine gedurende de partus. Het percentage doodgeboren biggen is afhankelijk van zeug-, big-, partus-, management-, milieu- en infectieuze factoren. Bij de managementfactoren is het van belang om toezicht (doch niet te veel) te houden op de zeugen die zullen werpen en indien nodig manuele hulp te bieden en de partus te induceren door middel van oxytocine. Daarnaast is een goed voeder en het continu ter beschikking stellen van drinkwater aan de zeugen van essentieel belang om harde mest rond het werpen te vermijden. Het percentage biggensterfte wordt eveneens beïnvloed door zeug-, big-, milieu-, management- en milieu-gerelateerde factoren evenals infectieuze oorzaken. Hierbij is het van belang om de temperatuur van het biggennest optimaal te houden en stress te vermijden. Er moet steeds op worden gelet dat de partus niet te vroeg wordt geïnduceerd (zeker niet voor dag 113) en dat deze procedure niet standaard wordt toegepast. In de praktijk wordt oxytocine vaak te vroeg, te vaak en onder te hoge dosering toegediend wat kan leiden tot een hoger aantal doodgeboren en zwakke biggen. Het is daarom aan te raden om maximaal 1 cc oxytocine toe te dienen als de partus langer duurt dan 6 uur of indien de tijdsduur tussen twee biggen meer dan 20 minuten bedraagt.

Vervolgens kwamen tijdens de rondgang vier sprekers aan het woord. Een eerste presentatie belichtte de sanitaire risico’s en aandachtspunten voor biggengezondheid (Philippe Gelaude - UGent, Faculteit diergeneeskunde, Vakgroep Voortplanting, Verloskunde en Bedrijfsdiergeneeskunde). Een tweede presentatie ging over het redden van biggen via een couveuse systeem (Dirk Fremaut - HoGent). Nadien kwam de voeding van overtallige biggen aan bod (Sam Millet – ILVO Dier). Tot slot sprak een vierde spreker (Luc Martens - PVL; Jos Van Thielen - KHK) over pleegzeugen, het verleggen en alternerend laten zuigen van biggen.

De demodagen kwamen tot stand dankzij de Vlaamse overheid - Departement Landbouw en Visserij - Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling, ILVO, Varkensloket, Inagro, Proef- en Vormingscentrum voor de Landbouw Bocholt, Hogeschool Gent, Katholieke Hogeschool Kempen, UGent - Faculteit Diergeneeskunde - Vakgroep Voortplanting, Verloskunde en Bedrijfsdiergeneeskunde, DGZ Vlaanderen, Provincie West-Vlaanderen en Provincie Limburg.

Varkensloket
© Varkensloket | Gebruikersvoorwaarden
info@varkensloket.be - 09 272 26 67. Heeft u suggesties voor onze website of heeft u een link gevonden die niet werkt? Meld het via het contactformulier.
Vlaamse Overheid