Verslag studienamiddag 'Varkenshouderij actueel 2013'

Op 4 en 12 juni gingen de studienamiddagen 'Varkenshouderij actueel’ door in Roeselare en Sint-Niklaas. Deze namiddagen belichtten actuele thema’s: de kosten, verplichtingen en bijzondere voorwaarden bij luchtwassers, de evolutie van de boekhoudresultaten (2009-2012), de mogelijkheden en aandachtspunten bij de opfok van overtallige biggen, en de naleving en controles van de groepshuisvesting bij drachtige zeugen.

Sinds 2004 moeten nieuwe stallen ammoniakemissiearm worden uitgevoerd. De S-lijst geeft een overzicht van de technieken die de uitgaande stallucht zuiveren: biologische en chemische luchtwassystemen, en een bio-bed (M.B. van 31 mei 2011). De kostprijs van een luchtwasser hangt af van verschillende factoren: de werkingskosten (die op het moment van investeren al dan niet correct worden ingeschat), het onderhoudscontract, de uitbreidingsmogelijkheden, (ev. later bijplaatsen van een waspakket), de oppervlakte van het waspakket, het waterverbruik, de wateropslag, de spuiopslag en eventuele denitrificatie van de spui. De oppervlakte van het waspakket wordt bepaald door de ventilatie (luchtbehoefte van 50-100 m3/h/vleesvarken) en het type waspakket (bio-bio/bio-chem/bio-biofilter/chem-biofilter). Een goede afstelling van de luchtwasser en de ventilatie/bovenbouw is essentieel voor een goede werking. Voor het waterverbruik rekent u best op een 800-tal liter/vleesvarken. Dit water heeft een verdampingspotentieel van ongeveer 50%, wat resulteert in een 400-tal liter spui/vleesvarken. De spui vertegenwoordigt de grootste werkingskost van de luchtwasser. Als u een luchtwasser installeert, legt VLAREM u een aantal eisen op. Op ieder moment moet alle stallucht over de wasser gaan en moet een ammoniakreductie van minstens 70% worden bekomen. Bij een controle door de milieu-inspectie moet u steeds een logboek, technische fiche, monstername protocol en bedieningshandleiding kunnen voorleggen. U dient een onderhoudscontract af te sluiten met een leverancier/deskundige, waarbij een jaarlijks onderhoud en controle wordt uitgevoerd. Daarnaast bent u verplicht om wekelijks de werking van de luchtwasser te controleren en de bestemming van het spuiwater te noteren. Bij een chemische wasser moet u bovendien voldoen aan een aantal verplichtingen voor het opslaan van zwavelzuur. Voor de valorisatie van spui, gelden afhankelijk van de oorsprong (biologisch-chemisch), andere voorwaarden. Bij het toekennen van een milieuvergunning wordt soms in de bijzondere voorwaarden vermeld dat u ‘binnen een bepaalde tijdspanne na de ingebruikname van de luchtwasser, een rendementsmeting moet laten uitvoeren’. Bij de controle gebeurt drie maal een meting over dertig minuten voor en na het luchtwassysteem om te bepalen of de 70% reductie van ammoniak wordt gehaald. De resultaten van de rendementsmeting moet u overmaken aan de milieu-inspectie.

Een volgende presentatie bespreekt de evolutie van de technische en economische kengetallen/resultaten uit de varkenshouderij voor de boekjaren 2009-2011 (voorlopige cijfers 2012). Deze cijfers geven de gemiddelden weer van de bedrijven die zijn ingesloten in het Landbouw Monitoringsnetwerk. Bij de kostenposten, vertegenwoordigt voeder het grootste aandeel (vermeerdering: 47%; vetmesting: 50%; gesloten bedrijven: 64%). Zowel de krachtvoeder- als de varkensprijzen schommelen sterk tussen jaren en binnen één jaar. Zowel bij de vermeerdering, als bij de gesloten bedrijven stijgt het familiaal arbeidsinkomen licht in 2012, maar is het nog steeds laag (vermeerdering: 17,0 euro/zeug; gesloten bedrijven: 7,8 euro/afgeleverd vleesvarken). Bij de vetmesting, blijft het familiaal arbeidsinkomen redelijk stabiel gedurende de laatste jaren (2012: 9,8 euro/afgeleverd vleesvarken). Tussen bedrijven varieert het familiaal arbeidsinkomen sterk door een verschil in de variabele en vaste kosten.

Uit een enquête (scriptie HoGent, 2012) blijkt dat ruim 62% van de varkenshouders moeilijkheden ervaren in de kraamstal. Door een doorgedreven selectie in de zeugenhouderij geven hybride zeugen een hoger aantal levend geboren biggen per worp en neemt de heterogeniteit tussen de biggen binnen één worp toe. Dit leidt tot overtallige biggen die de zeug niet optimaal kan grootbrengen. Voor de opfok van de overtallige biggen worden verschillende maatregelen, zoals verleggen, bijvoederen, pleegzeugen, voorspenen en alternerend zogen, toegepast. Het is belangrijk om de kleine biggen binnen de eerste vijf dagen na de geboorte te ondersteunen. De aandachtspunten van elke strategie worden in de presentatie besproken. De biestopname bij de moederzeug is bij elke strategie tijdens de eerste levensdag essentieel. Ook moet worden benadrukt dat, in het kader van een goede interne bioveiligheid, het verleggen van biggen dient te worden beperkt.

Sinds 1 januari 2013 is de groepshuisvesting (vanaf 4 weken na insemineren) van drachtige zeugen en gelten verplicht. Bij controles gebruikt het FAVV checklists om na te gaan of wordt voldaan aan de vastgelegde criteria. In de checklists, vindt u naast de kolommen ‘C’ (conform) en ‘NC’ (niet conform) de kolom ‘punten’ waarbij telkens een wegingsfactor 1, 3 of 10 vermeld wordt. Hoe groter dit cijfer, hoe ernstiger de niet-conformiteit wordt beschouwd. Groepshuisvesting vanaf 4 weken na insemineren is bijvoorbeeld een controlepunt met een weging van 10 punten, maar het minimale aandeel dichte vloer en de maximale roosterspleetbreedte zijn controlepunten met een weging van 3 punten. Een controle waarbij geen enkele niet-conformiteit wordt vastgesteld of alleen niet-conformiteiten met een gewicht 1 wordt als ‘gunstig’ geëvalueerd. Ook bij een niet-conformiteit van gewicht 3 kan nog steeds een ‘gunstig’ rapport worden verkregen op voorwaarde dat het totaal aantal niet-conformiteiten minder is dan 20%. In alle andere gevallen is de evaluatie ‘ongunstig’, maar een PV wordt pas opgesteld bij een niet-conformiteit van gewicht 10 en meer dan 20% niet-conformiteiten. De normale gevolgen bij het vaststellen van niet-conformiteiten zijn een waarschuwing, proces-verbaal, inbeslagname. In het kader van de controle van de randvoorwaarden GLB (MTR)-premies (Agentschap Landbouw en Visserij), moeten alle niet-conformiteiten worden doorgegeven. Elke niet-conformiteit kan gevolgen hebben, zelfs indien door het FAVV een gunstig controlerapport werd gegeven, en leiden tot een (tijdelijk) verlies van deel van premie.

Hieronder vindt u de presentaties die aan bod kwamen tijdens de studienamiddagen:

Tijdens de studienamiddag in Sint-Niklaas werd de vraag gesteld: 'Worden er ook marges van 3 mm voorzien bij de balkbreedte van betonroostervloeren?' Lees het antwoord op deze vraag na.

Deze studienamiddagen werden georganiseerd door het Praktijkcentrum Varkens en de Vlaamse overheid - Departement Landbouw en Visserij - Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling.

Varkensloket
© Varkensloket | Gebruikersvoorwaarden
info@varkensloket.be - 09 272 26 67. Heeft u suggesties voor onze website of heeft u een link gevonden die niet werkt? Meld het via het contactformulier.
Vlaamse Overheid